menuBttnsearchBttnemailBttn

Wordt jouw kind gepest?

Wordt jouw kind gepest?
Pesten komt veel voor onder kinderen in de basisschoolleeftijd. Ongeveer één op de vijf kinderen wordt minstens een keer per week gepest. Pesten kan zich afspelen in het zicht van andere kinderen, maar wordt meestal verborgen gehouden voor volwassenen. Het kan voor kinderen een hele traumatische ervaring zijn en het zelfbeeld en de houding tegenover school aantasten.

Bepaalde signalen kunnen er op wijzen dat je kind gepest wordt:
  • Verlegen gedrag naar andere kinderen
  • Moeite hebben om zichzelf te uiten
  • Negatief zelfbeeld of zichzelf kleineren
  • Van streek lijken, angstig of verdrietig zijn
  • Weigeren om bijvoorbeeld naar school of een sportclub te gaan
  • Achteruitgang van de leerprestaties
  • Isolement, zoals niemand hebben om mee te spelen tijdens de pauzes
Tip 1
Negeer pesten nooit en laat het aanpakken van een pestkop niet aan je kind over. Vertel je kind wat je er aan gaat doen. Praat met mensen die de leiding hebben op de plek waar het pesten zich voordoet.

Tip 2
Als je weet of vermoedt dat je kind wordt gepest, moedig hem/haar dan aan om precies te beschrijven wat er is gebeurd. Probeer er achter te komen of het al eerder is gebeurd en zo ja hoe vaak. Vraag wat je kind daarna deed en dring aan op precieze details. De situatie naspelen kan ook nuttig zijn.

Tip 3
Blijf rustig. Als je heftig reageert en dreigt de ouders van de pestkop of de school te bellen, kan je kind gaan smeken om niets te zeggen of besluiten in het vervolg zijn/haar mond te houden. Neem niet als vanzelfsprekend aan dat de pestkop overal de schuld van is. Misschien heeft je kind hem of haar geplaagd of uitgedaagd.

Tip 4
Zet alle feiten op een rijtje en zeg tegen je kind dat het pesten een probleem is en dat jullie samen aan een oplossing gaan werken.

Tip 5
De meeste kinderen zoeken de oorzaak van het pesten in het karakter van de pestkop. Leg uit dat er verschillende redenen voor pesten kunnen zijn. Bijvoorbeeld omdat de pestkop zelf weinig vrienden heeft.

Tip 6
Stimuleer je kind om oplossingen te bedenken. Als hij/zij iets voorstelt, schrijf het dan op. Laat niet merken wat je van het idee vindt. Als je zelf ook nog mogelijkheden kunt bedenken schrijf ze dan op als je kind klaar is. Vraag je kind wat hij/zij van alle suggesties vindt en help hem/haar om de meest kansrijke oplossing te kiezen.

Tip 7
Oefen de oplossing samen en vertel na afloop wat er goed ging. Eventueel kun je daarna voorstellen om bepaalde dingen anders te doen. Blijf oefenen totdat je kind de oplossing kan uitvoeren. Besluit samen wanneer je kind het in de praktijk gaat proberen. Prijs je kind voor zijn/haar motivatie.